L-carnitine speelt een belangrijke rol in het transport van vetzuren naar de celkern, waar de vetzuren in energie omgezet worden. Daarom is carnitine bijzonder belangrijk voor de processen van energievoorziening en vetverbranding. Het lichaam van een gezonde persoon heeft ongeveer 300 mg L-carnitine per dag nodig. In bijzondere situaties (sport, zwangerschap, ziekte) en op hogere leeftijd kan de behoefte duidelijk stijgen.

Een klein aandeel van de lichaamseigen behoefte aan carnitine kan het lichaam zelf vormen, o.a. met behulp van niacine, vitamine B6, ijzer en vitamine C. De grootste hoeveelheid, ongeveer 90% van de dagelijkse behoefte, moet het lichaam echter uit voeding halen.

De naam “carnitine” beschrijft ook de voornaamste herkomst van carnitine, want het is bijna alleen in vlees (Latijn: carnis) aanwezig. Planten bevatten nauwelijks carnitine, daarom wordt er bij veganisten ook een duidelijk lagere carnitine-spiegel in het bloed waargenomen.

In de jaren ’90 was carnitine daarom de grote hoop van de dieetindustrie: kan men door de inname van L-carnitine de vetverbranding verhogen?

Welke functies heeft L-carnitine in het lichaam?

      • Transport van vetzuren (energie) naar de cellen;
      • Verkleint de regeneratietijd van sporters;
      • Ontgift cellen en verbetert hun immuunfunctie;
      • Verbetert de glucose-stofwisseling, en is daarom raadzaam bij diabetes;
      • Reguleert de vetstofwisseling en kan de cholesterolspiegel gunstig beïnvloeden;
      • Is tijdens de zwangerschap belangrijk voor de ontwikkeling van de foetus en van de zuigeling;
      • Geeft zaadcellen energie en bevordert de vruchtbaarheid van mannen.
Grotere hoeveelheden L-carnitine zijn alleen in vlees te vinden. Voor de lichaamseigen synthese is, behalve lysine, ook ijzer en vitamine C nodig. Levensmiddelen met een hoog gehalte L-carnitine zijn:

  • krabvlees (9.000 mg per kg)
  • schapenvlees (2.100 mg per kg)
  • geitenvlees (1.700 mg je Kg)
  • lamsvlees (780 mg per kg)
  • rundsvlees (700 mg per kg)
  • varkensvlees (300 mg per kg)

Gevogelte bevat slechts 80 mg per kg. Eén liter melk bevat ongeveer 25 mg L-carnitine. In plantaardige voedingsmiddelen is er duidelijk minder dan 30 mg L-carnitine aanwezig (rijst 18 mg per kg, avocado’s 13 mg per kg, brood 8 mg per kg, aardappelen, 0,3 mg per kg).

Oorzaken voor een gebrek aan carnitine of een verhoogde behoefte zijn vooral:

  • zwangerschap en borstvoeding
  • vegetarische voeding
  • laag ijzergehalte of een lage vitamine C-spiegel
  • intensieve sport
  • leeftijd
  • infecties, vooral ook HIV
  • slechte functionering van de schildklier
  • werkingsstoornissen van de lever of nieren

Uitgerekend vegetariërs hebben vaak een lage ijzerspiegel, zodat ook de carnitine-productie bemoeilijkt wordt.

De lichaamseigen behoefte bedraagt 100 mg à 300 mg per dag. In de voedingsgeneeskunde worden doseringen van 500 mg tot 5.000 mg per dag aangeraden.
Ook bij hoge doseringen van 5.000 mg per dag zijn er geen bijwerkingen te verwachten. In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen lichte verteringsklachten ontstaan.

Functies en effecten van L-carnitine

Verbetert de vetstofwisseling door L-carnitine?

uithoudingsvermogen en carnitine De verbranding van vetzuren in het lichaam is een proces dat van vele factoren afhankelijk is. Of de extra inname van L-carnitine, om de vetzuren naar de cellen te transporteren, de vetverbranding kan vergemakkelijken, hangt ervan af of de hoeveelheid beschikbare L-carnitine een beperkende factor is of niet.

In een studie uit 1998 konden mensen met veel overgewicht hun vetverbranding verhogen door de inname van carnitine.1 Toch zijn volgens recentere onderzoeken dikwijls de hoeveelheid van de vetsplitsende enzymen en de doorlaatbaarheid van het celmembraan de beperkende factoren.

Daarom kan de extra ingenomen carnitine enkel bij een beperkte beschikbaarheid in het lichaam een verhoogde vetverbranding mogelijk maken. Voor wie weinig beweegt heeft L-carnitine vermoedelijk geen betere invloed op de vetverbranding, maar wie sport beoefent kan zijn vetstofwisseling wel bevorderen door carnitine in te nemen.2

L-carnitine om de regeneratie na sport te verbeteren

Carnitine verbetert de regeneratie

L-carnitine is nodig om als receptormolecule geactiveerde vetzuren uit het cytoplasma door het mitochondriënmembraan tot binnenin het mitrochondrium te leiden en om zo energie op te wekken. Men gaat ervan uit dat carnitine eveneens melkzuren transporteert en zo de energiecentrales van de cellen beschermt tegen verzuring.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat, na een belasting van het uithoudingsvermogen, de regeneratietijd door L-carnitine kan worden verkort.

Bovendien werd er bij korte intensieve inspanningen zoals powertraining vastgesteld dat de spierpijn door inname van L-carnitine kan worden verminderd.

L-carnitine voor de gezondheid van mannelijke zaadcellen

Sperma en carnitine Carnitine heeft een gunstige invloed op de beweeglijkheid van mannelijke zaadcellen, want spermacellen hebben veel energie nodig die gewonnen wordt uit vetzuren met lange verbindingen. De vetzuren moeten door carnitine naar de celkernen getransporteerd worden voor de energieverbranding. Carnitine lijkt dus bij de energieproductie van spermacellen een beperkende factor te zijn.

In meerdere onderzoeken kon men consequent aantonen dat het aandeel gezond beweeglijke zaadcellen bij mannen met oligozoöspermie (te weinig zaadcellen) of asthenozoöspermie (verminderde beweeglijkheid van de spermacellen in het ejaculaat) duidelijk verbeterd kon worden. De innameduur bedroeg drie à zes maanden.3 4  5

Hoe kan men zijn kansen op een zwangerschap vergroten?

Behalve L-carnitine hebben ook andere aminozuren, vitaminen en anti-oxidanten duidelijk positieve effecten op de zwangerschapskansen.

Zwangerschap en borstvoeding

Carnitine en zwangerschapVrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven hebben een grotere behoefte aan L-carnitine. Daarom vertoont het serum van zwangere vrouwen ook een lagere carnitinespiegel dan bij vrouwen die niet zwanger zijn.

Zowel het navelstrengbloed als de natuurlijke moedermelk bevatten hoge concentraties L-carnitine. Dit onderstreept het belang van L-carnitine voor de ontwikkeling van kinderen op jonge leeftijd. Een inname van L-carnitine tijdens de zwangerschap leidt tot een betere gewichtstoename en betere groei van de baby.

Aangezien vitamine C en ijzer belangrijke factoren zijn voor de vorming van carnitine, kan de beschikbaarheid van carnitine ook verbeterd worden door de inname van ijzer en vitamine C.

Carnitine kan cholesterol afbreken

Carnitine kan de stofwisseling van bloedvetten (triglyceriden) positief beïnvloeden. In een studie werd gedurende acht weken 900 mg L-carnitine per dag ingenomen. De deelnemers aan het onderzoek konden daardoor hun cholesterolspiegel aanzienlijk verlagen.6 Bij een verdere studie gingen de cholesterolwaarden van patiënten met vetwisselingsstoornissen erop vooruit, nadat ze gedurende zes weken 3.000 mg L-carnitine per dag ingenomen hadden.7 De neutrale vetten in het bloed werden gereduceerd en de verhouding van de totale cholesterol tot de HDL-cholesterol verbeterde. In een studie, die al in 1982 uitgevoerd werd, kon door L-carnitine de slechte LDL-cholesterol verlaagd worden. Het gehalte goede cholesterol (HDL) bleef constant bij de deelnemers.8

Hier verder lezen!

Wat beïnvloedt de cholesterolspiegel?

Als voedingsbestanddelen zijn carnitine en bepaalde vitaminen en sporenelementen bijzonder belangrijk voor de afbraak van slechte cholesterol.
Hier verder lezen!

Bloedsuikerspiegel verlagen

L-carnitine leidde in een studie van testpersonen met diabetes mellitus tot een significante verbetering van de suikerstofwisseling. De verwerking van de bloedsuiker verbeterde en de insuline-resistentie nam af.9 Ook de bloedvetwaarden die typischerwijze verhoogd zijn bij diabetes (triglyceriden en ketonenwaarden) waren bij de testpersonen gedaald door L-carnitine.

Verwijzingen uit de literatuur:

  1. Lutz, R., Fischer, R., “Carnitine ter ondersteuning van gewichtsverlies bij adipositas”; ZÄN Ärztezeitschrift für Naturheilverfahren, 39 (1), pp. 12-15, 1998
  2. Arndt, K., Albers, T.; “Handboek proteïnen en aminozuren”; 2. Aufl. (2004), S. 263 ff.
  3. Costa M, Canale D, Filicori M, et al. Lcarnitine in idiopathic astheno-zoospermia: a multicenter study. Italian Study Group on Carnitine and Male Infertility. Andrologia 1994;26:155-159.
  4. Lenzi, Lombardo, Sgro, et al.: Use of carnitine therapy in selected cases of male factor infertility: a double-blind crossover trial. Fertil Steril 2003. 79:292-300
  5. Balercia, Regoli, Armeni, Koverech, Mantero, Boscaro: Placebo-controlled double-blind randomized trial on the use of L-carnitine, L-acetylcarnitine, or combined L-carnitine and L-acetylcarnitine in men with idiopathic asthenozoospermia. Fertility an Sterility 2005. Vol. 84, issue 3:662-71
  6. Maebashi M et al.; “Lipid lowering effect of carnitine in patients with type IV hyperliproteinemia”; Lancet (1978) 2: 805-807
  7. Pola, P. et al.; “Carnitine in the therapy of dyslipidemic patients”; Curr Ther Res (1980) 27: 763-764
  8. Hopkins, J.; “Effect of carnitine on serum HDL-cholesterol: report of two cases”; Medical Journal (1982)Vol. 150, issue 2, pages. 51-54)
  9. Giancaterini, . et al, “Acetyl-l-Carnitine infusion increases glucose disposal in type 2 diabetic patients”, Metabolism, 49(6), pp. 704-708, 2000
Share and help your friends!Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someoneShare on Tumblr